Racks Point Logo

Industriële metalen entresolvloer 18,43 × 5,88 m · 108 m² · 5 × 2 vakken van 3,55 × 2,80 m · vloer op 2,48 m · 500 kg/m² · omringende reling en trap

Buiten Spanje en Portugal: minimale bestelling van 10 palletstellingen.

Technische configurator wordt geïnitialiseerd...

Beschrijving · Industriële metalen entresolvloer 18,43 × 5,88 m

Metalen entresolvloer van 108 m² in 5 × 2 vakken van 3,55 × 2,80 m: vloer op 2,48 m (2,24 m vrije hoogte eronder), vloer van verzinkt plaatstaal voor 500 kg/m², reling van 1,20 m rondom met plint en een trap van 1 m breed onder een hoek van 45°. Blauwe kolommen RAL 5010 en oranje liggers RAL 2002. Geschroefde constructie, geleverd op pallet en op bestelling gemaakt.

Toepasselijke regelgeving in Nederland en België · Industriële metalen entresolvloer 18,43 × 5,88 m · 108 m² · 5 × 2 vakken van 3,55 × 2,80 m · vloer op 2,48 m · 500 kg/m² · omringende reling en trap

Entresolvloeren en tussenverdiepingen (bouwwerk en vaste installatie)

Nederland

In Nederland is een entresolvloer of tussenverdieping in de eerste plaats een bouwwerk in de zin van de Omgevingswet. Het plaatsen kent twee toetsen (de knip): de technische bouwactiviteit aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de omgevingsplanactiviteit aan het omgevingsplan (artikel 5.1 Omgevingswet). Een omgevingsvergunning is nodig zodra het gebouw een verblijfsgebied op de tweede bouwlaag krijgt (artikel 2.25 Bbl); verbouw zonder wijziging van draagconstructie of brandcompartimentering is vergunningvrij (artikel 2.27, eerste lid, Bbl); de aparte vrijstelling voor magazijnstellingen geldt alleen tot 8,5 m, staand op de vloer en zonder verdiepingsvloer of loopbrug (artikel 2.27, tweede lid, onder f, Bbl). De gemeente beoordeelt uw geval; zie het stappenplan van het Informatiepunt Leefomgeving.

De constructie wordt berekend volgens NEN-EN 1990, NEN-EN 1991 en voor staal NEN-EN 1993 (artikelen 4.11-4.14 Bbl; bij verbouw NEN 8700, artikel 5.9); wie bouwt, moet aan die regels voldoen (artikel 4.3 Bbl). Blijvend verwerkte stalen bouwdelen dragen CE-markering onder de Europese verordening bouwproducten, voor staalconstructies volgens EN 1090 (artikelen 2.13 en 2.14 Bbl). Vloerafscheiding, vaste trap, brandcompartimentering en vluchtroutes staan in de paragrafen 4.2.3, 4.2.4, 4.2.8 en 4.2.10 Bbl.

In een bedrijfspand geldt daarnaast het Arbobesluit: de werkgever neemt de risico’s op in de RI&E (artikel 5 Arbowet), richt de arbeidsplaats in tegen instorten en omvallen (artikel 3.3), plaatst bij valgevaar (in elk geval vanaf 2,5 meter) hekwerken of leuningen tot ten minste 1 meter boven het werkvlak (artikel 3.16 Arbobesluit) en houdt vluchtwegen vrij (artikelen 3.6 en 3.7).

Ons advies: vraag de gemeente vooraf naar de vergunningplicht, laat berekening en tekeningen door een constructeur ondertekenen, hang op iedere verdieping een belastingsplaat, houd de balustrade intact en belast de vloer nooit boven de berekende waarde.

België

In België is een entresolvloer of opslagplatform dat aan het gebouw wordt bevestigd een bouwwerk in de zin van het ruimtelijkeordeningsrecht. Ruimtelijke ordening is een gewestelijke bevoegdheid: een vaste inrichting plaatsen die in de grond of aan het gebouw is verankerd, of de dragende structuur verbouwen, vereist een omgevingsvergunning in Vlaanderen (VCRO, art. 4.2.1); binnenverbouwingen zijn er vrijgesteld van vergunning, bij stabiliteitswerken enkel als een architect wordt aangesteld (besluit van 16 juli 2010, art. 3.1, 4°); en een stedenbouwkundige vergunning in Wallonië (CoDT, art. D.IV.4, 1° en 5°) en in Brussel (BWRO, art. 98, § 1, 1° en 2°).

Een architect maakt de plannen op en controleert de werken waarvoor een bouwtoelating vereist is (wet van 20 februari 1939, art. 4); de berekening volgt de Eurocodes (NBN EN 1990 tot 1999) met hun Belgische nationale bijlagen (ANB). Stalen onderdelen die blijvend in het bouwwerk worden verwerkt, zijn bouwproducten (Verordening (EU) 2024/3110, art. 3) met prestatieverklaring en CE-markering (art. 17); de uitvoeringsnorm voor staalconstructies is de EN 1090.

Op het werk eist de Codex over het welzijn op het werk, Boek III, Titel 1 een aangepaste stabiliteit en stevigheid (art. III.1-4) en leuningen op trappen, gaanderijen en platformen (art. III.1-11); de wet van 4 augustus 1996 legt de evaluatie van de risico's op (art. 5, § 1). Titel 3 vereist vrijgehouden evacuatiewegen (art. III.3-11) en dragende elementen die bij brand gedurende een bepaalde tijd stabiel blijven (art. III.3-20).

Ons advies: berekeningsnota ondertekend door de architect of de stabiliteitsingenieur, vergunning nagevraagd bij de gemeente, toelaatbare belasting aangeduid op elk niveau, leuning langs elke rand, nooit meer dan de berekende belasting.

Indicatieve informatie op basis van de geldende regelgeving; zij vervangt noch de wettekst noch professioneel advies. · Laatst gecontroleerd: 2026-09-08